Van wie was Glycera?

  • Menander dateerde van Glycera van ? tot ?.

  • Harpalus dateerde van Glycera van ? tot ?.

Glycera

Glykera war eine berühmte aus Athen stammende Hetäre der zweiten Hälfte des 4. Jahrhunderts v. Chr.

Nach dem Tod der Pythionike (zwischen 329 v. Chr. und 324 v. Chr.) holte sie Harpalos, der von Alexander dem Großen eingesetzte Verwalter Babylons, nach Tarsos. Hier hielt er Glykera auf Kosten des Staatsschatzes aus. Er ordnete für sie königliche Ehren an, was zu Spott und Unmut bei den Griechen führte. Durch ihre Vermittlung schickte Harpalos Getreide nach Athen, was ihm im Gegenzug das athenische Bürgerrecht einbrachte. Glykera begleitete Harpalos bei dessen Flucht vor dem aus Indien zurückkehrenden Alexander nach Athen. Dort blieb sie, auch nachdem Harpalos die Stadt wieder verlassen musste, und wurde angeblich die Geliebte des Dichters Menander.

Der ansonsten unbekannte Bildhauer Herodotos soll eine Statue von ihr geschaffen haben.

Lees meer...
 

Menander

Menander

Menander van Athene (Oudgrieks: Μένανδρος, Menandros) (Kifisia, 342 - Piraeus (stad), 291 v.Chr.) was een Grieks toneelschrijver.

Menander werd geboren als zoon van Diopeithes, een Atheens generaal en de gouverneur van Chersonese in Tracië. Zijn oom Alexis was acteur en regisseur en schreef ook stukken. Hij was van invloed op het ontwikkelen van zijn vermogen om komisch drama te schrijven.

Menander was de belangrijkste vertegenwoordiger van de Nieuwe Komedie. Hij stamde uit een voorname Atheense familie, en onderging de invloed van verschillende filosofen, onder andere van Epicurus. Hij was een zeer productief auteur en schreef 108 toneelstukken in een periode van 30 jaar. Anders dan vele van zijn tijdgenoten zag hij af van de behandeling van mythologische onderwerpen. Zijn stukken weerspiegelen het privéleven in het eigentijdse Athene, in zijn ernstige, maar ook luchtige aspecten.

Tijdens zijn leven was Menander niet zo'n succesvol auteur: slechts achtmaal won hij een prijs op het Lenaiafestival. Pas na zijn dood werd hij beroemd. De meeste van zijn komedies gaan over de liefde en de verwikkelingen die hiervan oorzaak of gevolg zijn. Typische thema's zijn de verleiding, het achterlaten van een ongewenste baby met latere herkenning, die aanleiding is tot verzoening. De humor schuilt bij Menander meer in de situatie dan in het taalgebruik.

De Latijnse komedieschrijvers Plautus en Terentius hebben vaak Menanders stukken als bron gebruikt, bewerkt en gecontamineerd. Op die manier heeft hij de Latijnse en de westerse literatuur beïnvloed.

Lees meer...
 

Glycera

 

Harpalus

Harpalus (Grieks: Ἅρπαλος, Harpalos) was een Macedonische edelman uit het gevolg van Alexander de Grote.

Hij werd geboren ca. 353 v.Chr. in de Macedonische landstreek Elimiotis, als neef van koning Philippus II, en zo werd hij een jeugdvriend van Alexander de Grote. Zijn fysieke conditie maakte hem ongeschikt om in het leger te dienen, en daarom stelde Alexander hem, vóór hij vertrok op zijn veroveringstocht door het Perzische Rijk, aan als zijn beheerder van de krijgskas.

In 333 vluchtte Harpalus onverwacht, om nog steeds niet opgehelderde redenen, naar de Griekse stad Megara. Niettemin verzoende hij zich daarna weer gauw met Alexander, die hem in 331 opnieuw belastte met het beheer van de buitgemaakte schatten van de Achaemeniden én van de centrale financiën. Dit bleek echter een zware misvatting… Harpalus resideerde aanvankelijk in Ecbatana, maar sinds 330 in Babylon, waar hij in grote weelde leefde. Hij bezondigde zich aan allerlei uitspattingen en verkwistte aldus bergen geld.

Een van zijn talrijke maîtresses, de Atheense deerne Glycera (haar naam betekent zoveel als "Zoetje") had hem ook een pied-à-terre bezorgd in Athene, de traditionele erfvijand van Macedonië. Wellicht op haar aanbeveling had hij er een zending graan doen toekomen op een moment dat er grote hongersnood heerste, waarna de Atheense overheid hem het ereburgerschap had verleend.

Tijdens Alexanders expedities in India (327-325 v.Chr.) profiteerde Harpalus van diens afwezigheid om de zaken geheel naar eigen willekeur te gaan beheren. Hij verduisterde grote sommen geld, leidde een losbandig leven en onderhield zelfs een privéleger. Zo ontlokte hij in toenemende mate bij zijn omgeving gevoelens van afgunst en afkeuring.

Toen Alexander in 324 uiteindelijk naar Babylon terugkeerde, vreesde hij rekenschap te moeten afleggen en zwaar gestraft te zullen worden. Hij vluchtte daarom mét de koninklijke schatkist (geraamd op zo'n 5000 talenten, die door de Perzische satrapen waren afgedragen als oorlogsschatting), een privé-militie van 6000 huurlingen en een 30-tal schepen naar Athene, waar hij hulp hoopte te vinden. Met omkoperij – hij had toch geld genoeg – probeerde hij de volksvergadering te winnen voor een opstand tegen Alexander. Door het terughoudende beleid van Demosthenes ging men echter niet in op Harpalus' voorstellen: integendeel, hij werd gevangengezet en zijn geld werd gedeponeerd in de Parthenon. Alexander de Grote eiste via Antipater, de gouverneur van Macedonië, de onmiddellijke uitlevering van Harpalus. Deze wist echter aan de aandacht van zijn bewakers te ontsnappen en vluchtte eind juni 324 naar Kreta, waar hij korte tijd later werd vermoord door zijn vroegere handlanger Thibron.

Intussen brak in Athene een ingewikkeld financieel schandaal los: het in beslag genomen geld bleek immers grotendeels verdwenen te zijn, en verschillende prominenten kwamen op de lijst van verdachten die ervan geprofiteerd zouden hebben. Ook Demosthenes raakte in opspraak, maar zijn schuld kon nooit onomstotelijk bewezen worden.

Lees meer...